“Ik ben twee en ik zeg nee,” dat lijken alle peuters te zeggen. Veel ouders vragen zichzelf daarom af: “Waarom moeten onze kinderende peuterpuberteit meemaken?” Het antwoord is: dat hoeven ze niet!

De fase waar ze doorheen gaan is onderdeel van hun natuurlijke ontwikkeling. Tweejarige kinderen ontwikkelen zich van kinderen die volledig afhankelijk van hun ouders zijn tot kinderen die zich langzaam maar zeker meer onafhankelijk en vrijer gaan worden. De intensiteit van deze ontwikkeling is het sterkst als kinderen tussen twee en drie jaar oud zijn en daarna weer in de puberteit.

De onafhankelijke jaren
Aan het etiket ‘Peuterpuberteit’ heb je helemaal niks, maar het etiket vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in het feit dat sommige volwassenen de behoefte hebben om eventuele conflicten die zich kunnen voordoen, te kunnen aanwijzen als iets dat zich binnen kinderen afspeelt. Het is echter niet zo eenvoudig. Vele factoren spelen hierbij een rol, zoals:

  • de ontwikkeling van het kind gedurende de eerste twee jaren
  • het vermogen en de bereidheid van de ouders om zich aan te passen en
  • de kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind.

Wij noemen deze tijd de zogenaamde ‘onafhankelijke jaren’. Kinderen ontwikkelen in deze tijd een verlangen om veel dingen uit te proberen: tanden poetsen, veters strikken, kaplaarzen aandoen, eten uit de koelkast pakken, zelf aankleden, enzovoort.

Deze ontwikkeling is in feite volledig natuurlijk bij kinderen. Het zijn vaker de volwassenen die het moeilijk vinden om met deze overgang om te gaan. De eerste twee jaar van een kinderleven doen ouders alles voor hun kinderen. Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid en geeft de ouders een overweldigend gevoel van ‘waarde’: ze weten alles en zijn absoluut onmisbaar. Voor sommige ouders is de peuterpuberteit bijna een opluchting en voor anderen is het juist lastig om de volledige controle een beetje los te laten.

Wat er tussen kinderen en hun ouders gebeurt, hangt af van het vermogen van de ouders om zich aan te passen. Als ze met tegenzin de controle los laten en ze niet in staat zijn om het verlangen van hun kind om dingen zelf te willen doen, te waarderen, zal zich een machtsstrijd ontwikkelen.

“Ik wil zelf de melk inschenken!”
“Dat mag je niet doen, want je zult op de tafel morsen, laat mij het doen!”
“Ik wil het doen!!!!”
“Ik doe het voor je …. Oeps! Kijk eens, door jou heb ik gemorst. Je bent te klein, dat zei ik toch al!”

De inschatting van de ouders is meestal precies goed. De kans is minstens 50% dat het kind niet in staat is om de melk goed in te schenken en zal morsen. Echter, de interactie tussen kind en ouder gaat niet over wie het goed of fout heeft. Het gaat om het creëren van ruimte en het proces van leren te ondersteunen. Ouders moeten hun kinderen toestaan dat ze dingen doen die ze nog niet kunnen beheersen en ze pas helpen als het kind om hulp vraagt.

Kinderen zijn kleine genieën als het gaat om het leren van dingen. Ze zullen voortdurend dingen uitproberen die net een beetje moeilijker zijn dan wat ze aankunnen. Jaren later zullen ze in staat zijn om hun persoonlijke grenzen te erkennen, accepteren en respecteren, maar tegen die tijd zullen ze niet meer thuis wonen.

Werk liever samen met hen dan tegen hen
Als kinderen je opeens vertellen dat ze iets zelf willen doen, doe je er verstandig aan hen te ondersteunen en pas je hulp aan te bieden als ze erom vragen.

“Ik wil zelf de melk inschenken!”
“Prima! Ik ben benieuwd hoe het zal gaan.”

Als het kind morst:
“Oeps! Het was bijna gelukt. Wil je dat ik je help?”
“Nee, ik kan het zelf!”
“’Natuurlijk, ik zie dat je aan het proberen bent om het zelf te doen.”

Als het gaat om zelf aankleden, verdedigen veel ouders hun ‘behulpzaamheid’ door uit te leggen, waarom er geen tijd is om ermee te experimenten. “We moeten de bus halen.” of: “Papa moet op tijd op z’n werk zijn.”

Dat is geen hele goede reden. Als je niet genoeg tijd hebt om je kinderen te laten ontwikkelen, moet je meer tijd nemen. Denk maar eens aan een vergelijkbare situatie waarbij een kind acht jaar oud is en worstelt met z’n huiswerk.

“Ik wil geen rekenen doen! Ik snap er niks van.”
“Natuurlijk snap je het wel. Iets nieuws leren kost tijd. Heb geduld, anders leer je nooit iets nieuws.”

Het is een goed idee om naar je eigen advies te luisteren als ze nog maar twee jaar oud zijn.

We kunnen niet voorkomen dat er soms momenten zullen zijn, waarbij de dingen niet zoals gepland gaan en dat je je moet haasten. Wat doe je dan? Je erkent het verlangen van je kinderen om te leren en dan bied je je excuses aan voor het feit dat je haast hebt.

“Ik weet dat je het zelf wilt doen en daar ben ik ook heel blij mee, maar vandaag heb ik het zo druk, dat ik je even moet helpen. Is dat goed?”

Negen van de tien keer zal het aarzelende antwoord ongeveer klinken als: “Oké, goed dan!” Je zult met die toon en houding moeten leren omgaan, want je hebt net iemand de mogelijkheid om onafhankelijk te leren worden, onderbroken en daarmee een belangrijk leerproces ontnomen.

Ouders zullen hun macht of belangrijkheid in het leven van hun kinderen niet verliezen als ze ruimte creëren voor deze essentiële leermomenten. Op de lange termijn zul je echter meer tijd en ruimte voor jezelf en je kinderen krijgen.

 Dit artikel van Jesper Juul  is met toestemming vertaald en overgenomen van Family Lab Australia.