Gisteren kopten de kranten : 18-minners vervalsen en lenen ID-kaarten voor drank. Maar liefst 70% van de scholieren wist een biertje of wijntje te regelen tijdens het uitgaan. Hoewel de leeftijdsgrens juist verhoogt is, blijkt dit geen enkel probleem voor de jeugd. Sterker nog, ik geloof zelfs dat we pubers juist aanzetten tot drankgebruik.

Opvoeden is voorleven. Dus kijk ik regelmatig om me heen: hoe doen andere ouders het, welk voorbeeld krijgen kinderen via televisieprogramma’s, hoe organiseren we activiteiten en welke verborgen boodschappen krijgen kinderen daarin mee?

Uit onderzoek (2007) blijkt dat van alle ouders een derde niet drinker (35%) is, ruim de helft een matige drinker (57%) en één op de dertien ouders is een ernstige drinker (7,5%). Dit getal loopt lineair met jongeren. Wat blijkt? Kinderen van ouders die niet drinken, drinken zelf ook minder vaak. Kinderen van ouders die matig of veel drinken, gebruiken zelf ook vaker en meer alcohol. Wederom het bewijs: wij volwassenen staan model voor onze kinderen. Wij geven het voorbeeld. Vraag jezelf eens af: geef ik het goede voorbeeld?

Zo kwam ik laatst toevallig langs de soap ‘Goeden tijden, slechte tijden’. Niet normaal hoeveel glazen wijn ik daar in 20 minuten geteld heb. Bij ieder gesprekje, tijdens elk etentje, gedurende televisiekijken en zelfs een keer ‘een borrel om mijn zorgen te verdrinken’. Welke normen en waarden pikken jongeren hiervan op?.

Nu lijkt het alsof opvoeding rondom alcohol pas begint vanaf een bepaalde leeftijd. Ik durf te beweren dat dit absoluut onjuist is. Twee maanden geleden viel er een reclamefolder in mijn brievenbus over kinderfeestjes voor hippe jongens en meiden van 8 tot 12 jaar. Mooie kleren, visagist, kapper, nagelstyling en een foto shoot. Alles onder het genot van een hapje en een mousserende kinderchampagne. Boodschap: ook al zit er nu nog geen alcohol in, bij een feestje horen ‘bubbels’.

Het dagelijks leven geeft voorbeelden genoeg. Samen met mijn man zat ik met mijn kinderen van 8 en 7 jaar op het terras in hartje Eindhoven te lunchen. Het was winter, we hadden net geschaatst, dus een kop thee, appelsap en een lekker broodje. Naast ons strijken twee jonge meiden neer van pakweg 20 jaar. Ze bestellen een salade (lekker calorie-arm) en beide een glas witte wijn. Dat is een mooi moment om eens met de kinderen te praten over mijn persoonlijke opvattingen rondom alcohol.

Maar, het kan nog jonger. Twee weken geleden was het Vastelaovend in Limburg; carnaval voor de niet-limburgerse lezers. Mijn jongens van 2 en 3 jaar gaan een ochtend per week naar de kinderopvang. Ze werken daar met taalstimuleringsprogramma’s (saillant detail: deze zijn grotendeels gesubsidieerd door de overheid). Het idee is dat je o.a. de woordenschat van peuters uitbreidt door hen nieuwe woorden aan te bieden die passen bij hun belevingswereld. En wat staat er tot mijn afschuw op het programma? Peuterbier!.

Oei! ik weet het. Nu krijg ik allerlei mailtjes van mensen die zeggen: “Je moet het niet zo zwaar opvatten, dat is toch leuk, we doen het met de beste bedoelingen”. Ja, dat weet ik. Ik twijfel ook niet aan goede intenties. Ik denk alleen dat onze intenties soms ondoordacht zijn. Dat wij onvoldoende nadenken over de verborgen boodschappen die wij kinderen meegeven. En dat we meer mogen laten zien dat er een verschil is tussen de grote-mensen-wereld en die van kinderen, waarin dus gewoon ranja wordt geschonken.

Gelukkig. Na het carnavalsfeest op zijn kinderdagverblijf, vertelde mijn 3 jarige zoon dat hij geen peuterbier had gedronken: “Niemand van de kindjes lustte al bier.”