“Neeeeeeeeeeheeeeeee!” schreeuwt het peutertje tegen zijn moeder. Het kind wil duidelijk andere schoenen aan, dan het paar dat zijn moeder hem aan zijn voetjes wil strikken. Het jongetje heeft een idee; een plan. En is vastbesloten dat uit te voeren.

Maar moeder heeft ook een plan: warme voetjes op deze koude, regenachtige zomerdag. En daarvoor zijn stevige dichte schoentjes nodig. Als ze toegeeft, geeft ze de kleine spruit zijn zin en beloont ze hem voor zijn geschreeuw. Als ze standhoudt wint ze weliswaar deze strijd (met als toetje een huilend kind met dichte schoentjes) maar heeft ze de standvastigheid en vertrouwen op eigen gevoel van haar kleintje wellicht voorgoed gebroken. Gaat ze ‘nee’ zeggen of toegeven?

Ouders hebben vaak het gevoel te moeten kiezen tussen de ‘zin’ van hun kind of de overtuigende argumenten van hun eigen ratio. Een innerlijke dilemma tussen een korte termijn succes of een lange termijn winst. Naar mijn idee komt dit voort uit de huidige maatschappij waarin de 30-ers allemaal ‘gelukszoekers’ zijn geworden: werk moet leuk zijn, kinderen zijn fun en vakantie is altijd relaxed. Deze boffers willen ook hun kinderen gelukkig zien… of zelfs gelukkig maken. En tjee, wat is het dan moeilijk om teleurstelling en verdriet van je kind te zien op het moment dat je “Nee” zegt.

Wat ouders allemaal doen na een ‘nee’. Vaak hoor ik ouders het leed verzachten: “Maar, dan kunnen we die zomerschoentjes wel meenemen naar oma.” Of, ze compenseren: “Nu is het niet leuk dat jij de dichte schoenen aan moet, maar dan mag je je nieuwe schoenen morgen naar de winkel aan.” Of proberen iets negatiefs positief te maken: “Nou, met deze schoentjes kan jij anders heel hard rennen.”. Echter, daarmee doe je zelfs de lange-termijn-winst teniet. Want het is belangrijk dat een kind ervaart dat ‘nee’ ook bij het leven hoort en niet verzacht hoeft te worden.

De ouders van nu voelen zich vaak rot als ze ‘nee’ zeggen, zeker als hun kind die ‘nee’ niet accepteert. Ze hebben het gevoel dat ze falen als hun kind opstandig is. Ze bedoelen het goed, maar lijken het nooit goed te doen. De boodschap die ze uitzenden naar hun kind is: “Ik zeg nee, maar dat vind ik ook niet leuk, dus als jij het nu gewoon accepteert dan hoef ik me niet rot te voelen over dat ik jou je zin niet kan geven.” Maar welk kind kan omgaan met zo’n onduidelijke boodschap?

Zin of behoefte? Jesper Juul (een deense familietherapeut) maakt het heel helder. Stel jezelf regelmatig de vraag: “Heeft mijn kind hier ‘zin’ in of is dit zijn behoefte?” Bij lekkere trek of zin in kan je dus gewoon ‘nee’ zeggen, terwijl je toch de onderliggende behoefte kunt zien. Iedere situatie verschilt daarin van de vorige. Nieuwe schoentjes, plensbuien, zand tussen teentjes of schoonheidsidealen kunnen dus allemaal meewegen in zo’n besluit. En natuurlijk kan je je afvragen of die natte voetjes echt zo erg zijn… van de deur naar de auto? Of je kind er niet heel veel van leert om zelf te ervaren dat koude natte voetjes niet fijn zijn? Je kunt jezelf de vraag stellen wat erger is: een gebroken wil of een klein griepje?

Uiteindelijk besefte ik het:  mijn kleine mannetje dat mij nu ‘nee’ hoort zeggen op de vraag of hij sandaaltjes aan mag terwijl het regent, zal straks ook zélf nee moeten zeggen: tegen alcohol, drugs, joyriding of spijbelen. Ik hoop dat hij dat kan zonder het voor iemand anders te willen verzachten, compenseren of goedpraten. Want ik geloof dat hij dan echt gelukkig is!