Het is weer bijna zover. De oude man met zijn gevolg en witte schimmel heeft nog nauwelijks zijn schip afgemeerd en op weg naar ons koude kikkerlandje en de eerste kindervraag is al gesteld: ‘Mama, een paard kan toch niet op het dak klimmen?’ En wat zeg je dan als geschokte moeder? Instant dilemma: enerzijds wil je niet tegen je kind liegen, anderzijds …

Geen jaar zoveel pieten-commotie als dit jaar . Nog nooit is er zoveel gesproken en gevonden over het 5-decemberfeest als dit jaar. De zwarte-pieten-discussie hield velen bezig. We zijn er al bijna klaar mee, nog voor hij überhaupt in Nederland is. En toch neem ik je mee naar het begin. Een duikje in de geschiedenis van Sinterklaas geeft het antwoord op de vraag: lieg je je kinderen voor of kan je oprecht eerlijk zijn?

Sint Nicolaas van Myra is geboren omstreeks 280 in het huidige Turkije. Ooit bestond de goede man dus echt. Wikipedia vertelt: “Aan de kleine Nicolaas werden al vanaf de geboorte wonderen toegewezen. Zo kon hij direct na de geboorte rechtop in zijn badje staan, de handen ten hemel geheven, alsof hij God dankte voor het mirakel van zijn geboorte en wilde hij op de vastendagen, woensdag en vrijdag, niet van moeders borst drinken.” Hij wijdde zijn leven aan god en geloof en werd uiteindelijk tot bisschop gewijd. Er is een legende die vertelt over een arme man met drie dochters. Slechts door een grote bruidsschat zou deze man zijn dochters een goede toekomst kunnen bieden. Het verhaal vertelt dat er op drie verschillende momenten een zak met gouden munten door het open raam van de man werd gegooid, precies op de schoenen die voor de open haard stonden te drogen. Rara, wie zou dit hebben gedaan?

De kern van het verhaal is altruïsme. De heilige Sint Nicolaas was een man van naastenliefde. Hij gaf zonder daar iets voor terug te verwachten. Sterker nog, hij gaf zonder dat hij daar zelf voor gezien of geroemd werd. Als beschermheilige van o.a. kinderen, ongehuwde vrouwen, studenten en misdadigers kwam hij op voor de zwakken. En precies daar zit de waarheid. Daar zit het mooie van de traditie, diep verscholen in de commercie van de huidige Sinterklaas. En dus strooien wij nu uit jute zakken, chocolademunten in kinderschoentjes die geduldig voor de openhaard staan te wachten.

Sinterklaas bestaat! In iedereen. Iedereen heeft een stukje van zijn hart waarin naastenliefde en altruïsme huizen. In ieder van ons zit de drang om iets goeds te willen doen voor een nader. Om te helpen zonder daar zelf baat bij te hebben. Om iemand blij te maken, gewoon vanwege het geluk van geven. Dát is de gedachte van Sinterklaas. En die gedachte is springlevend!

Ik geloof er nog in. En als je in die goedheid kunt geloven, kan je dit ook vanuit oprechtheid delen met je kind. Nog te vaak voelen kinderen zich verraden omdat hen uiteindelijk gezegd wordt: “Sinterklaas bestaat niet”. Doodzonde. De boodschap zou mogen zijn: “Jij bent nu groot genoeg om bij de club van gevers te komen. Wij zijn gevers, wij geven suikergoed, mooie woorden in de vorm van gedichten en kadootjes. Wij geven zonder gezien te worden. En ik zie dat jij nu zo gegroeid bent dat jij dit ook kan. Sinterklaas is een deel van jou. Hoewel we – net als bij Sint Maarten – een man verkleden als symbool, is de Sint echt. In jou. Ik geloof in jouw goedheid. Ik geloof dat jij blij wordt wanneer je anderen blij maakt. Want het enige dat verdubbelt als je het weggeeft is geluk.”

Ik geloof. En jij?