De afgelopen maanden viel mij tijdens de supervisies die ik tijdens de opleidingsdagen gaf  iets belangrijks op. Terwijl wij een systeemgerichte opleiding zijn, blijken veel van onze studenten moeite te hebben met het werken met systemen. Óf ze nemen nog te vaak individuen die wel een relatie hebben mee voor een supervisie, óf ze nemen systemen mee,  maar weten dan onvoldoende raad met het werken met het systeem. Voor veel hulpverleners is werken met relaties en gezinnen iets dat ze moeilijk vinden. Iets dat ze liever vermijden omdat ze dan niet meer zo goed weten wat ze moeten doen. Deze observatie bracht mij ertoe deze blog te schrijven. 

Ik heb negen stelregels geformuleerd om systeemgericht te gaan werken.

Stelregel 1. Bij welk probleem dan ook moet de hulpverlener er een gewoonte van maken de partner en/of het gezin te betrekken. Bij problemen van cliënten die een partner hebben dient deze altijd betrokken te worden. Bij problemen met kinderen dienen altijd de ouders en liefst  het hele gezin betrokken te worden. Een systeemgerichte hulpverlener heeft namelijk een andere manier van kijken en denken dan een individueel-gerichte hulpverlener. Waarom zoeken mensen hulp? Omdat, volgens Kempler, in het systeem van deze mensen de ingrediënten missen om de noodzakelijke stap verder te komen. En wanneer het gezin niet meer de hulp, ondersteuning en zorg kan bieden die nodig is, zoeken mensen over het algemeen hulp bij een professional. Maar, zo zegt de systeemgerichte hulpverlener, dan is het niet onze taak om op te vullen wat het systeem niet kan. Nee, het is onze taak het systeem te helpen elkaar weer verder te helpen. “Wij helpen gezinnen elkaar weer te helpen. Wij bemoeien ons dan ook liever niet te veel met de inhoud, maar vooral met de gezinsinteracties die vooruitgang blokkeren.

Stelregel 2. Om uit het appel van het gezin (“repareert u  dit gezinslid”) te komen moet de hulpverlener hen vanaf  het begin uitnodigen het probleem dat ze zelf hebben met het gedrag van de partner of het gezinslid te bespreken.

De openingszin van Els “Jan is zo depressief” kan door de hulpverlener worden omgebogen met de zin “Bespreek de moeite die je daarmee hebt nu met Jan.”

Wanneer Els nu met Jan in gesprek gaat over haar eigen zorg hoeft de hulpverlener alleen maar te letten op de manier waarop Els en Jan dit gesprek voeren. Is dit een goede ontmoeting waarbij Els deelt wat haar dwars zit en Jan daar persoonlijk op reageert? Of is het een niet werkend patroon van interacties waaruit duidelijk wordt wat er in ieder geval niet werkt in dit systeem.

systeemgericht1Stelregel 3. Wanneer het echtpaar of het gezin constructief met elkaar praat hoeft de hulpverlener niets te doen. Vaak zie ik in supervisies studenten zich toch actief met de inhoud bemoeien. Ze stellen vragen of vragen door. Maar dat moeten de cliënten nu juist met elkaar doen. Dit doorvragen op de inhoud is een signaal dat de hulpverlener nog te veel met de inhoud bezig is. En te weinig aandacht heeft voor de interacties.

Een prachtig voorbeeld hiervan kwam ik tegen in een video waarin Walter Kempler werkt met een hulpverlener. Zij vertelt hem daar hoe zij werkt met een echtpaar waarvan de vrouw zich veel te verantwoordelijk opstelt naar haar volwassen kinderen. De hulpverlener had de man uitgedaagd zijn positie kenbaar te maken naar zijn vrouw. Hij had gezegd dat hij vond dat ze de kinderen hun eigen zaken moest laten regelen. Dat konden ze prima. Haar antwoord was dat dat echt niet goed zou komen, waarop de man was afgehaakt. Kempler vroeg haar :” En wat denk je dat hij dacht?”  Zij antwoordde: “Nonsens.”  Hierop vroeg Kempler: “ En wat deed jij toen?”  Zij antwoordde: “Ik heb haar verteld dat ik dacht dat dat nonsens was…..” , waarop Kempler antwoordde : “Dan kun jij beter zelf met haar trouwen…”

De kern van dit verhaal? Laat het gezin in gesprek met elkaar en bemoei je zo min mogelijk met de inhoud. Help hen met name hun posities in te nemen en open en eerlijk te worden. Dat is je taak!

Stelregel 4. Wanneer de hulpverlener disfunctionele interacties bespeurt maakt hij dit bespreekbaar. De snelste route is via degene die een reactie krijgt die niet helpend is.

Els: “Ik vind je zo somber de laatste tijd.”
Jan: “Alsof jij altijd zo vrolijk bent.”
Hulpverlener: “Els, is dit een reactie op jouw punt?”
De hulpverlener start vanaf het begin van de sessie met het bevorderen van positieve interacties.

Stelregel 5. De eerste in een gezin die een moeite op tafel legt, heeft als eerste recht om gehoord te worden.

Els: “Ik heb het gevoel dat jij niet meer om me geeft.”
Jan: “Vind je het gek als je altijd zo negatief naar me doet.”

Beiden hebben hier een punt van kritiek en pijn. Maar Els legt als eerste haar zorg op tafel. Wanneer de hulpverlener beide punten op tafel laat liggen blijft het destructieve patroon bestaan. Zo praten ze thuis ook en zo komen ze blijkbaar niet verder. Wat niet werkt, moet meteen gestopt worden. En wie iets constructiefs op tafel legt, heeft recht om gehoord te worden. Wanneer dit niet gebeurt moeten we niet verder gaan, maar er eerst voor zorgen dat de boodschap ontvangen wordt.

systeemgericht3Stelregel 6. Maak zo snel mogelijk herhalende patronen duidelijk en neem persoonlijk positie in ten aanzien van deze patronen.
“Els en Jan. Ik zie dat jullie beiden pijn hebben in de relatie. En elke keer dat de een iets aangeeft legt de ander ook zijn of haar pijn op tafel. Daarmee lijkt het alsof jullie beiden vechten om het eerst gezien te worden, maar blijven jullie beiden ongezien. Dat vind ik pijnlijk om mee te maken.”

Stelregel 7. Luister tussen de regels door en verwoord wat degene zelf niet in woorden weet te vatten.

Els: “Ik ben bang dat je bij me weg gaat.”
Jan: “Wat een onzin, ik ga niet weg.”
Els: Slikt en kijkt verdrietig weg
Hulpverlener: “Nu word ik nog banger Jan, omdat ik irritatie in je stem hoor… Je vindt me vast erg vervelend”

Stelregel 8. Sta er op dat interacties (ontmoetingen) afgemaakt worden door te onderzoeken waar de blokkades zitten.

Vaak komen mensen in de verdediging terecht of voelen ze zich aangevallen. Wanneer ze in een vechten/vluchten-reactie terecht komen is het zaak te begrijpen wat dit veroorzaakt en de onderliggende angst naar boven te halen. Wanneer die helder is kan die daarna in de interactie gebracht worden. Een vader die alleen maar in de verdediging zit moet gestopt worden. Dan dient de hulpverlener eerst te onderzoeken wat er onder de verdediging zit. Pas als dat helder is kan het gesprek onderling voortgezet worden: “Ik heb nu de neiging om  me te verdedigen, omdat ik alleen maar verwijten hoor en ik me dan zo ontzettend te kort geschoten voel. Ik kan dat niet verdragen.”  Let er op dat je niet te lang zelf in gesprek gaat met één gezinslid, breng het gesprek weer terug in het gezin zodra dat kan. Alleen wanneer de onderlinge reacties voortdurend stuklopen op vecht/vluchtreacties moet je veelvuldig actief ingrijpen, of je eigen probleem met hun gedrag op tafel leggen en vertellen dat je echt ander gedrag van hen nodig hebt om constructief met hen verder te kunnen werken.

systeemgericht2Stelregel 9. Vaak ligt de sleutel tot verandering in eerste instantie niet bij de probleemdrager maar bij de partner of het gezin. Hun manier van omgaan met elkaar en het probleem is een belangrijke sleutel tot verandering:
Erik maakt geen keuzes. Hij zit werkeloos en depressief thuis, voert niets uit en kijkt alleen maar TV. Ellen vindt hier van alles van, moppert er ook over, maar zet zelf ook geen stappen. Ze blijft zich bezighouden met Erik en vindt hem ook zielig. Maar diep in haar hart is ze het ook zat. Toch blijft zij koken, de was doen en de kinderen naar bed brengen, want Erik doet het niet. Hij kiest niet, zij ook niet.

Wie moet er hier veranderen? Wie heeft de grootste motivatie om te veranderen? Toen Ellen de keuze maakte om op haar werkdagen niet meer te koken stond er om zes uur niets op tafel. Ellen nam haar kinderen mee naar de patatboer. Erik zat thuis brood te eten. De kinderen en Ellen vonden het eigenlijk heerlijk! Toen Ellen Eric ’s avonds vertelde dat wanneer hij zich per se als een kostganger wilde blijven gedragen hij dan óf moest betalen óf een ander kosthuis zoeken drong voor het eerst de ernst van de situatie tot Eric door. Nu Els niet langer meewerkte aan zijn destructieve patroon moest hij zelf ook wel veranderen.

Welk van deze negen stelregels zou jij in het volgende gesprek willen toepassen?

Wil je meer over dit onderwerp te weten komen, dan ben je van harte welkom op onze Masterclasses; locatie en tijd vind je in ons jaarprogramma.